Leagere school 

Normaal ©

Hummelo 1958, een foto uut de zesde klas
ik kan ze mien allemoal goed herrineren
ik wet nog goed hoe 't was
prupkes schieten en deerntjes plagen was 't liefste wat ik dee
Mientjen geet met Anton, krasten wi-j op de plee

vanaf de middagpauze, za-w te wachten op de bel
wie gin andacht bi-j de les had, die riskeren een lel
endelijk drie uur zalige bel, de school die basten los
wie de pech had noa te blieven die was zwoar de klos

leagere school in Hummelo, ik wet 't nog heel best
't is, denk ik, vaak een mooie tied gewes

de vri-je woensdagmiddag, doar leaven ik noar toe
appels jatten, flinten schieten of 1 of andere koe
elken dag had ik wel iets gedoan dat
van de grote mensen niet moch
kreeg ik dan veur de bokse dan had ik veur een dag genog


leagere school in Hummelo, ik wet 't nog heel best
't is, denk ik, vaak een mooie tied gewes

schoolreisjen met de klas was veur mien een hoogtepunt
breudjes en twee gulden zakgeld, een rulleken peppermunt
wi-j vertelden stoer in huus: "wi-j bunt zowat in Duutsland gewes"
opa zei: " wat een end van huus", haal'n 'n stuuver uut de tes

leagere school in Hummelo, ik wet 't nog heel best
't is, denk ik, vaak een mooie tied gewes

leagere school in Hummelo, ik wet 't nog heel best
't is, denk ik, vaak een mooie tied gewes

Gerrit Komrij

Winterswijk 1944 - 2012 Amsterdam

Leegte na de ramp

Aardbeving, bankroof, bliksem, watersnood:
In een seconde is de schrik geboren.
Er kan onaangediend een trein ontsporen
Of een verdwaalde kogel blijkt je dood.

Dan rest een graf. Of bloed droogt in de goot.
Gedwee belooft een dader beterschap.
Er overleeft een blinde, een hinkepoot.
Ze lachen bitter. - Soms is er een klap,

Dan rest er niets dan echo en ellende.
Waar iemand stond zie je de kraters roken.
Naar daders kan alleen worden gegist.

Spoorloos zijn zomaar lijf en lach. Je mist
Heel erg de mensen die je niet eens kende,
Alsof er in je ziel is ingebroken.

© Gerrit Komrij, 2 juni 2000

Naar aanleiding van de ontploffing van de vuurwerkfabriek SE Fireworks in Enschede


Jeroen Willems

Maastricht 1962 - 2012 Amsterdam

"Er war eine Erscheinung"

 

 

 

Voices

''Twee stemmen''

Groesbeek Gelderland

Een documentaire van Hans Heijnen ©

2018

Een prachtige voetbal epos die zich afspeelt in Groesbeek, waarin amateurclub Achilles '29 promoveert naar de KNVB eerste divisie, en de dorps rivaliteit o.a met de Treffers zo mooi wordt weer gegeven en het drama wat zich daarna afspeelt...

Robert Long ©

Het heet hier Holland


Bokken en geiten, 1832

JAN VAN RAVENSWAAY (1789 - 1869)

Een prachtige documentaire van Hans Heijnen ©

1998

Mooie rivaliteit en het leven van inwoners in het stedje Thorn met de Koninklijke harmonie en de Kerkelijke harmonie. 

Thorn Limburg


Foto's Willy ©  Augustus 2020 Berlin

Berlin DE

Sag Mir Wo Die Blumen Sind - Marlene Dietrich

Marilyn Monroe & Marlene Dietrich, 1955. Photograph by Milton Greene

Franz Kafka

1883-1924

Franz Kafka in Berlijn


Arnhem

Geitenkamp

''Vrij Spel''  Rommelkist  Geit & Bult 2019

Foto Reloved ©

H80 Geit & Bult

Foto  Achsa Timmers ©


Nuenen   Brabant

Roel Spanjers met Achter de schuur

Tekst Gerard van Maasakkers ©

Kijk, luister en huiver...

 

LIEDJE VAN ALTIJD
We zitten samen in de bank,
ons moeder en ik, ze belde of ik meeging
samen in de bank.
Ik was er al zolang nie meer gewist
nie mee Paosen, nie mee Pinksteren, en zelfs nie de nachtmis.
In ’t buitenland steek ik wel ‘s ’n kaarske aan
en da doe me wel wa, dan
mer nou zit ik mee ons moeder in de bank
En ze zingt, en ze zingt ’n liedje van altijd, van altijd.
We zongen in de keuken “Muss I denn”,
“Sarie Marijs”, “God groet u, zuiv’re bloeme”,
ze zingt de tweede stem.
Mer ik ging ’t huis uit, en ik dee vurnamer dingen,
en dan gaode nie meer mee oew moeder zingen.
Nee, da deede nie as jongen, dus d’r werd nie meer gezongen
mer ik dacht nog wel zo mee en dan,
was die’n afwas mer nie zo gauw gedaon
En we zongen, we zongen ’n liedje van altijd, van altijd.
En nou zitten we samen in de bank,
’t orgel begint en ’t dameskoor zet in,
en ons moeder zingt ’n liedje mee, van dank.
En ik heur die stem, die ook al vur me zong,
die oer-vertrouwde stem, as ik nie slaopen kon.
Ik durf nie opzij te kijken, ik durf ’t nie te laoten blijken
mer ik zing mee, en ik koester dit moment;
grijze moeder mee ‘ne grote vent.
En we zingen, we zingen ’n liedje van altijd, van altijd.
En we zingen, we zingen ’n liedje van altijd, van altijd.

Gerard van Maasakkers ©


SYDNEY AUSTRALIË

Wiyathul 

Geoffrey Gurrumul 

Geoffrey Gurrumul Yunupingu

1971-2017


Oostenrijk

Udo Jürgens


Maastricht  Limburg

Vrijthof

Il Silenzio - Melissa Venema

Amira© O Mio Babbino Caro

Ode aan Maastricht

Benny Neyman

Sittard

Limburg

Toon Hermans zitten in de zon®


Stokkum Gelderland

Pieter Derksen

1945-2019

Photography Ingrid Hendriksen ®

 Vervaardigd door Henry te Wildt

 Stillevendige Autodidact fijnschilder

08-04-1950 04-08-2019

's-Heerenberg


Texel

De Zomer kan me gestolen worden

De zomer kan me gestolen worden.
Fris groen verschrompelt zinderend tot as.
Mijn vader die vurig gelooft
Dat God zijn goudrenetten stooft
In zonlicht van miljarden jaren oud.
De larf vreet zich tot worm des verderfs,
Begeerlijk vruchtvlees roest tot op het bot,
Het klokhuis wordt een tongewelf van smet.
De ledigheid van liggen in het gras,
De zonnebrand van Onans stuifmeel,
Verkleeft tot donorgift op het gewas.
Op blote voeten zijn de sintels scherp,
De boetedoening is geen vorm van straf,
Een legpuzzel van woede stroomt de helling af.
De zomer kan me gestolen worden.
De ramen open op het gekkenhuis
Der wereld. Het knarsend etsgeluid
Van het geschreven woord. Een nagel krast
Het marmer tot wit stof. Het gouden kalf
Verdrinkt in schuimend biest van de profeet.
“Gij zult geen andre goden!” Kalm nou maar,
De sleet zit in de baard van de kemelhaar.
Een korte broek geeft brandnetels een kans,
Een zinken teil vol ranja lest de dorst
Beter dan alle kruiswoorden op spons.
Er loopt een lichtval van woestijnzand
Vanaf het doopvont van gebeitste vroomheid
Naar de verveling van het schaduwdal.
De zomer kan me gestolen worden.
Sappig gewas versmelt tot krultabak.
Gods schepsel, ouder dan de mens, de pissebed
Gaat knagend rond wie hij verslinden zal.
Alleen de hagedissen brengen uitkomst,
Er is geen God die daar aan tippen kan.
De hete wind verzengt de zee tot plas,
Het hemels koninkrijk verruil ik voor een pad.
Uitgedroogd dwangbevel tegen de lust,
De bosgrond, tot een brandstapel verschroeid.
Beter een blinde ziener zonder ogentroost
Dan zomers onder wolken van geweld.
De metamorfose van een jongensleven
Wordt door geen uitspansel weerkaatst.

Jan Wolkers ©


 

@déle bLoemend@@l

Wllly

ChrIstIan